Ik heb iets met huizen. Huizen waarbij je een verhaal voelt als je er langs rijdt. En daar zijn er heel wat van in Raalte….

Op gezette tijden brandt er licht, verder lijkt het verlaten. Stationsstraat 23. Naast de voordeur een naambordje met G. Tuïnk. Door de beslagen enkelglas ruiten en gehaakte gordijnen kijk ik naar binnen. Het aan de buitenkant ietwat vervallen huis lijkt van binnen klaar om visite te ontvangen. De warmte van een brandende kachel en de geur van een pruttelende koffiepot komen voor mijn gevoel bijna door de ruit heen. Ik wist toen nog niet dat dit huis onderdak heeft geboden aan een bekende Raaltenaar en zijn gezin.

Een bijzondere meesterschilder
Amper twee weken later sta ik weer voor het huis, samen met Karin en Wiebe den Boer. Op mijn vraag wat het verhaal achter het huis is, krijg ik vlot een antwoord. Karin woonde er twintig jaar lang, samen met haar vader, moeder en twee zussen. Vooral vader schijnt een bijzondere persoonlijkheid te zijn. “Aan alles met die man zit wel een leuk verhaal,” zegt Wiebe trots.

De bijnaam van haar vader valt snel: ‘de Knuit’. Een naam die bij menig Raaltenaar een belletje doet rinkelen. De Knuit (een anagram van Tuïnk) zou voor de huidige generatie evengoed een Nederlandse topvoetballer kunnen zijn, maar bij de oudere generatie Raaltenaren is de Knuit bekend als dé Raalter meesterschilder. 

Het domein van de meester
Volgens goed Sallands gebruik gaan we achterom. Vrijwel gelijk treden we het domein van de meester binnen; zijn atelier. Dagelijks legde de Knuit hier, na het 20.00 uur journaal en een kop koffie, de hand aan talloze schilderijen. De Knuit schilderde veel in de stijl van de Haagse School en exposeerde zijn werk in onder andere Restaurant de Bagatelle en Boerderij Strunk.

Tegenwoordig worden er nog regelmatig schilderijen van de Knuit te koop aangeboden. Zelfs de Raalter kringloopwinkel had er onlangs een tweetal in haar bezit. Deze vonden voor het bedrag van een hele euro (!) snel een andere eigenaar. “Ik zou voor mijn gevoel al het werk van mijn werk vader in huis willen hebben,” aldus Karin. “Dat ik er soms veel geld voor neer moet leggen, voelt wel eens gek.”

Al snel valt mijn oog op de ezel. “Zijn laatste doek!” aldus Wiebe. Een laag overvliegende eend zou dit landschap en de laatste Knuit moeten vervolmaken. Het doek, waar de Knuit al eens eerder aan begonnen was en had weggezet, is nooit afgekomen. “Het was best moeilijk om te zien dat hij de kracht niet meer had om het af te maken,” zegt Karin wat bedroefd. 

Zoete inval
We lopen door naar de keuken. Typisch jaren 70. De geur van tabaksrook hangt er nog. Het symboliseert voor mij de sfeer zoals Karin en Wiebe die schetsen. Wiebe kan zich zijn eerste ontmoeting met De Knuit nog goed herinneren. “Het eerste wat je vader vroeg is of ik een gebakken ei wilde,” zegt Wiebe lachend tegen Karin. Ze praten glunderend en vol trots over de dingen die ze met hun vader en schoonvader hebben meegemaakt. 

“Er was altijd gezelligheid in huis, het was altijd feest.” Menigeen schoof aan de soms overvolle keukentafel aan. Tot in de late uurtjes werd er volop genoten van het leven. Met de Knuit als middelpunt. Karin: “Ik kan me de verjaardagen herinneren waar veertig man zaten te luisteren naar de Knuit die zat te vertellen. We zeggen wel eens gekscherend: Vader was van de verhalen, moeder van de catering.”

Vroeger voelde dat voor Karin heel gewoon; altijd feest. “Achteraf had ik het meer waardering moeten geven,” zegt ze bedachtzaam. De levenswijsheden van de Knuit dragen zowel Karin als Wiebe nog steeds met zich mee. “Laat je nooit in een kooitje stoppen en beperken door een ander.”

De Knuit had veel oog voor de medemens. Hij stond aan de wieg van de Lions Club Raalte en zette zich in voor de Kruisverheffing . Zo gaf hij onder andere het Kruisbeeld in de kerk kleur. In februari 1974 voer De Knuit met een aantal Raaltenaren als Vikingen met een Vikingschip naar Den Haag om te protesteren tegen de sluiting van het Overijssels kanaal. Sluiting zou immers honderden banen kosten bij de bedrijven grenzend aan het kanaal, waar Hevea er één van was. 

Gastvrijheid
We lopen naar de voorkamer en Wiebe gaat op de plek van De Knuit zitten. Aan het hoofd van de tafel, zijn beide armen op de hoeken van de tafel steunend. Ook hier voel, zie en ruik ik dat er geleefd is in dit huis. Veel schilderijen, een tapijt met rozen en allerlei lijstjes aan de muur. Van sommigen alleen nog de contouren op het vergeelde behang. Op een tafeltje zie ik voor het eerst een foto van De Knuit. Een stevige man, witgrijs haar met een prachtige glimlach op z’n gezicht. De levensvreugde straalt er vanaf. 

Wiebe wijst me op een houten steunbalk in de woonkamer waar de tekst ‘Benedictas vos omnipotens deus’, Gezegend zij de Almachtige God, in letters van bladgoud prijkt. Het is niet zozeer een religieuze verwijzing maar duidt erop dat iedereen in dit huis gezegend en welkom was. 

‘Benedicat vos omnipotens Deus’
Dat De Knuit deze gastvrijheid niet van een vreemde had, blijkt als Karin me wijst op een gebroken ruitje. “Veroorzaakt door een bom in de Tweede Wereldoorlog die hier enkele honderden meters vandaan viel.” In die tijd gaf het huis onderdak aan enkele Joden. Een paar Duitse soldaten werden tijdens hun inspectie gastvrij ontvangen aan de tafel. Hiermee redde De Knuits vader, Opa Tuïnk , het leven van de Joden, die zich een paar meter verder achter een deur schuil hielden.   

Het huis aan de Stationsstraat 23 was voor De Knuit een bijzondere plek en hij zou er, zo zei hij altijd, hoe dan ook ‘horizontaal’ uit weggaan. Dit gebeurde in 2006, toen hij het advies van de huisarts om naar een ziekenhuis te gaan niet opvolgde om thuis te kunnen sterven. 

Dat hij een prominente plek had in het gezin bleek ook na zijn dood. Het was ongewoon stil in huis. Karin ging bijna dagelijks op bezoek bij haar moeder en kookte voor haar. In 2011 overleed ook zij en bleef het huis achter.

Het doek valt
Inmiddels is het doek gevallen voor het huis en heeft het plaatsgemaakt voor het droomhuis van Karin en Wiebe. “Voor De Knuit zou dit moeilijk zijn.” Ook voor Karin was het even lastig toen de sloophamer erin ging. Ze troost zich met de gedachte dat de plek, waar ze zoveel mooie herinneringen aan heeft, bewaard blijft. Verkopen was vele malen lastiger geweest. Er dagelijks langsfietsen en zien dat een ander daar woont, was al helemaal geen optie.


Het gezin Tuïnk
Zo’n 85 jaar geleden werd het huis aan de Stationsstraat 23 gebouwd door de ouders van de Knuit. Zij woonden er met hun elf kinderen. De Knuit ontmoette zijn vrouw Joke in de jaren ‘50 bij de Hevea waar ze de personeelsafdeling bestierde. Zij had toen niet kunnen vermoeden dat ze met die ‘’rare kunstschilder’’ zou trouwen. In 1956 kocht de Knuit het ouderlijk huis samen met Joke. Ze kregen er vier kinderen: Ellen, José, Karin en Erik. Helaas mocht hij maar vier maanden oud worden. 

Ellen, de jongste, werd geboren met een verstandelijke beperking. Dat er ook bij haar ècht schildersbloed door de aderen stroomt, kunnen we zien aan de Knuitjes 2.0 die ze maakt bij Aventurijn. 

José woont al jaren in de Franse Elzas. 

Karin, en later Wiebe, zijn in Raalte gebleven en wonen met hun zoons Peter en Robin in Raalte-Noord. Karin is werkzaam in een van de Raalter apotheken terwijl Wiebe menig Raaltenaar al een bril heeft aangemeten als optometrist.