In mijn zoektocht naar oude panden in Raalte, stuit ik op de hoek Koestraat/Herenhof. Tussen alle ‘moderne’ gevels valt het pand van Smederij Disselhorst direct op. Het ademt historie. Stipt volgens afspraak stap ik door een reeds openstaande deur de smederij binnen. Niemand. Ik hoor voetstappen op de trap. Even later krijg ik een stevige handdruk van de 75-jarige Gait Disselhorst, gevolgd door een rookwolk uit zijn net aangestoken bolknak.  

Om me heen wemelt het van het gereedschap, oude prijskaarten en hoefijzers. Een smederij als uit een ouderwets boekje. Al snel nodigt Gait me uit naar boven. “Hier hebben mijn ouders altijd gewoond.” We komen in de woonkamer die inmiddels dienst doet als Gaits ‘mancave’. “Hier kom ik elke dag.” Hij neemt plaats op zijn zetel achter een met Perzisch kleed bedekt tafeltje. Als ik vraag naar het verhaal achter de smederij, volgt een aaneenschakeling van mooie verhalen, terwijl Gait regelmatig zijn bolknak opnieuw aansteekt of verruilt voor een nieuwe. 

Het begin

In het begin van de jaren ’30 namen de ouders van Gait, Harm en Adéle Disselhorst, hun intrek in een door de woningbouwvereniging ‘onbewoonbaar verklaarde woning’. Het huis stond aan de Kerkstraat, recht tegenover de Kruisverheffing. Een degelijke woning betrekken was geen optie omdat daar simpelweg geen geld voor was. Het was in het huis dan ook absoluut geen luxe. Op zolder stonden bijvoorbeeld wel vijftien emmers die het water van het lekke dak opvingen. In 1938 begon Harm op diezelfde plek een hoefsmederij. Raalte was in die tijd wel tien smederijen rijk, maar Harm kon zich onderscheiden als zijnde dé perfecte hoefsmid. 

Enkele jaren later wilde de toenmalige Boerenleenbank zijn intrek nemen in het pand aan de Kerkstraat. Het gezin Disselhorst, dat inmiddels was uitgebreid met een zoon en vijf dochters, vertrok daarop naar een woning aan de Haverstraat, waar nog een zoon geboren werd. De Boerenleenbank betaalde Harm uit coulance een bedrag van duizend gulden. Een van Harms grootvader geërfd stuk landbouwgrond werd met de Hervormde kerk geruild voor het stuk grond waarop de huidige smederij staat. In eerste instantie was er alleen geld voor een van tweedehands stenen gebouwde smederij. Een woning boven de smederij konden ze zich op dat moment nog niet veroorloven. Pas later werd deze woning daadwerkelijk op de smederij gezet en vertrok het gezin uit de Haverstraat. De woning was niet groot en met zeven kinderen was het soms een drukte van jewelste. 

Harm Disselhorst: Levensgenieter en hoefsmid

De vader van Gait was een harde werker, echte levensgenieter, maar bovenal een heel goede hoefsmid. Paardenhandelaren kochten bijvoorbeeld op de paardenmarkt in Utrecht bewust een slecht paard (voor een lage prijs), omdat ze wisten dat Harm het met zijn vakmanschap wel weer op kon knappen. Tot ongenoegen van zoon Gait zag zijn vader vaak weinig van de ‘winst’ terug. Naast het smeden van hoefijzers maakten ze in de smederij concourswagentjes voor paarden en speeltoestellen zoals wipwappen, schommels en klimrekken. Deze kregen vervolgens een lik verf van Adèle.

De werkdagen van Harm verliepen doorgaans volgens een vast stramien. In het begin had hij een bijbaan als monsternemer. Om half vijf ’s ochtends vertrok hij op de fiets om melk te controleren. Een geluk daarbij was dat hij goed contact had met de boeren en regelmatig smeedwerk voor hen mocht verrichten. Tegen half zeven was hij terug in de smederij en begon met smeden. Stipt om vijf voor twaalf vertrok Harm richting Moeti Buijs van het Munsters Posthuis (waar nu de Gouverneur huist) voor een tweetal borrels, om vervolgens om twaalf uur weer thuis te zijn voor het warme eten. Woensdag was de drukste dag van de week. Boeren stalden hun paarden voor een hoefbeurt bij de smederij om vervolgens zelf naar de markt te gaan. 

Zoon Gait begon zijn smidscarrière op 14-jarige leeftijd bij een smederij in Markelo voor vijf gulden per week. Na zijn diensttijd deed hij als 19-jarige zijn intrede in de smederij van zijn vader. Eerst de ene helft van de week bij een smederij in Broekland en de andere helft in Raalte. Later kwam hij volledig in de smederij werken. Op 28-jarige leeftijd nam Gait de smederij voor vijfentwintigduizend gulden over van zijn vader. De enige voorwaarde was dat zijn ouders er hun hele leven mochten blijven wonen. Samen bestierden ze Smederij Disselhorst jarenlang. 

Gait kon goed met zijn vader overweg. Op zakelijk vlak lagen ze niet altijd op een lijn. Hij vond dat zijn vader veel te weinig geld voor zijn diensten vroeg. “Als je een echte vakman bent moet je je prijzen verhogen!” Harm was echter bang dat zijn klanten dan niet meer zouden komen. Iets dat hij en zijn gezin zich niet konden permitteren. Al het werk dat ze voor boeren in de buurt verrichtten, werd pas aan het einde van het jaar betaald. De boekhouding daarvan verliep niet helemaal vlekkeloos. “Hier is zeker een hoop misgegaan, maar zo was mijn vader nou eenmaal.” 

Veel smeedwerk maakte Harm op voorhand, om er daarna pas een koper voor te zoeken. Regelmatig werd er een advertentie in een vakblad voor de horeca geplaatst om zijn speeltoestellen aan de man te brengen. 

Een belangrijke plek

Gait steekt nog regelmatig het vuur aan om te smeden, al is het nu vooral voor zijn plezier. Op een van de voormalige slaapkamers liggen tientallen met de hand gesmede armaturen voor kroonluchters. Puur vakmanschap. “Deze maak ik voor een bedrijf uit de buurt,” zegt hij vol trots.  Daarnaast is en blijft hij een echte handelaar. “Ik heb in werkelijk waar alles wel gehandeld. Klokken, kasten, borden, alles!” De moderne tijd haalt helaas de glorietijden van de handel een beetje in. “Toen Marktplaats op kwam, is het allemaal minder geworden. ” Al struint hij vanuit zijn ‘mancave’ nog regelmatig Marktplaats af en haalt hij menig kachel door het hele land op. 

We zitten inmiddels al even in de woonkamer boven de smederij. Ik vraag hoe vaak hij daar is. “Zeven dagen per week. Ik begin hier ’s morgens lekker met de krant en een sigaar. Dan smeed ik wat en doe een dutje op de bank. Aan het einde van de middag ga ik dan naar huis en heeft Annie het eten klaar.” Op de vraag wat zijn vrouw er van vindt dat hij veel weg is, antwoordt hij breeduit glimlachend: “Iedere dag maak ik mijn vrouw twee keer blij: als ik ’s morgens ga en als ik ’s avonds weer terugkom. Maar we gaan ook nog regelmatig een dagje weg hoor!”

Dat de smederij een belangrijke plek is voor Gait, is me inmiddels duidelijk. Voorzichtig vraag ik: “Stel dat dit er niet meer zou zijn. Wat dan?” De glimlach verandert in een serieuzere blik. “Dan heb ik een groot probleem! Ik moet hier gewoon heen kunnen. Het is mijn grootste hobby. Ik heb hier mijn krantje, m’n iPad, televisie, keuken en sigaartje. Kortom, ik heb hier alles!” 


Inmiddels leven Harm en Adèle Disselhorst beide niet meer. Vader stierf in het harnas, in de smederij, op 82-jarige leeftijd aan een hartaanval. Moeder bleef, geheel volgens afspraak, tot op het laatst boven de smederij wonen en werd 91 jaar.  

Gait ontmoette zijn vrouw Annie in zijn jonge jaren op het Broeklandsfeest. Ze zijn 48 jaar getrouwd en hebben twee dochters.